Auteursarchief: Maarten van Andel

Energie kun je zien!

Laten we als goed voornemen in dit nieuwe jaar energie gaan “zien”. Dat is niet moeilijk, en je hoeft geen technicus of wetenschapper te zijn om het te kunnen. Oplettendheid en wat gezond verstand zijn voldoende. Neem bijvoorbeeld de open winkeldeuren in deze wintermaanden. Iedereen snapt dat je daarmee enorm veel energie verspilt aan de koude buitenlucht. Hetzelfde geldt voor terrasstralers thuis of bij het café.

Alles wat koude of warmte produceert, veel lawaai maakt of snel beweegt vreet energie: Koelvitrines in supermarkten, skydancers bij winkelcentra, airconditioners en verwarmingssystemen in gebouwen, en natuurlijk hard rijden. Laten we niet te snel verzuchten dat energie te ingewikkeld is om te begrijpen. Zo naïef zijn we helemaal niet. Het wordt alleen vaak ingewikkeld gemaakt. Als we energie gaan zien krijgen we gevoel voor de proporties, en kunnen we effectief gaan besparen.

Supermarkten hebben hun koelvitrines en ingangen al van deuren voorzien, nu veel overige winkels nog. De maximumsnelheid gaat naar 100, nu het naleven nog. Terrasstralers en skydancers hebben we niet nodig, en huizen kunnen beter geïsoleerd. Verder kunnen we langer met bestaande spullen doen. Laten we zo in 2020 samen 25% energie besparen. Dan zijn we meteen klaar met het Urgenda-vonnis.

Urgenda, Hemweg en PFAS

De Pyrrhus-overwinning van Urgenda baart mij zorgen. Kennelijk kan de rechter zaken van nationale omvang afdwingen waarvan de economische en maatschappelijke gevolgen onbekend en waarschijnlijk ongunstig zijn. Ik vrees dat het zal leiden tot meer bureaucratisch ‘groenwassen’, zoals biomassacentrales, aardgasloze huizen en elektrische auto’s. Bovendien zal de staat voortaan wel oppassen met het aangaan van ambitieuze doelstellingen.

Intussen betaalt diezelfde staat 52,5 miljoen euro aan de Zweedse energiegigant Vattenfall, voor het sluiten van de Hemwegcentrale. Die centrale produceert minder dan 1% van ons nationale energieverbruik, en er zijn zeker 1000 windmolens op 25.000 hectare land nodig om hem te vervangen. Dat is zo groot als de drie nationale parken Hoge Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en Biesbosch bij elkaar, of de drie steden Den Haag, Utrecht en Eindhoven.

Wel goed nieuws is het Nederlandse initiatief om PFAS terug te dringen. Kordate wetgeving heeft eerder lood uit benzine en freons uit koelkasten gebannen, nu is het de beurt aan PFAS. Met CO2 kan dat niet zomaar, omdat dat een natuurlijke stof is. Wat wel kan is energieverbruikers beperken (100 km/u), begrenzen (stofzuigers) of verbieden (gloeilampen). Laten we dat meer gaan doen in 2020!

Olifanten in Madrid

De klimaattop in Madrid is geketst op de CO2-emissierechten. Ik denk dat dat komt door de struisvogelachtige onderschatting van de magnitude van de energietransitie. Daardoor blijft een grote olifant in de kamer onbesproken: Het feit dat de huidige emissiedoelstellingen ontoereikend zijn om CO2-neutraliteit in 2050 te realiseren.

In hoogontwikkeld Nederland produceren we op dit moment jaarlijks 13 miljard kWu zon- en windelektriciteit. Het huidige groeitempo is 2 miljard kWu per jaar. Daarmee duurt het nog ruim 50 jaar voordat het huidige elektriciteitsverbruik van 120 miljard kWu verduurzaamd is. Ons elektriciteitsverbruik is nu 20% van ons totale energieverbruik, en zal in de komende tien jaar verdubbelen vanwege de elektrificatie van autoverkeer, gebouwverwarming en industrie. Dat vergt nog 100 jaar om met zon en wind op te wekken, en dan nog hebben we minder dan de helft van onze totale energieconsumptie te pakken.

We kunnen in hightech NL, laat staan in de hele wereld, niet snel genoeg zon- en windelektriciteit bijbouwen om onze huidige energie-consumptie in 2050 CO2-neutraal te maken. De wereldleiders in Madrid kwamen daar niet uit, en negeerden ook de grootste olifant in de kamer: De noodzaak om onze wereldwijde energieconsumptie te halveren. Hoog tijd om onze kop uit het zand te halen.

Gaat de klimaattop in Madrid over de consumptiekloof?

De VN voorzien een “productiekloof”: De geplande productie van fossiele brandstoffen is hoger dan de klimaatdoelen vereisen. Maar het gaat toch om de “consumptiekloof”: Het feit dat wij met z’n allen meer energie consumeren dan de klimaatdoelen vereisen? Degene die fossiele brandstoffen verbrandt zet ze immers om in CO2, niet degene die ze produceert.

Als de productie van fossiele brandstoffen zou dalen maar de consumptie van energie niet, zou dat direct grote problemen opleveren. Zoals energietekorten voor de minder bedeelden, en mogelijk oplopende overheidstekorten en afnemende duurzaamheidsbudgetten. De klimaattop in Madrid gaat dus hopelijk vooral over het dichten van de consumptiekloof, over vermindering van het wereldwijde energieverbruik. Laat dat geen taboeonderwerp zijn.

De productie van energie acht ik minder een probleem dan onze consumptie (en verspilling) ervan. Terrasstralers, open winkeldeuren, grote snelle auto’s, aardbeien in december, kiwi’s uit Nieuw Zeeland, het zijn allemaal dingen die we niet nodig hebben maar die wel ontstellend veel energie verspillen. Bescheidener consumptie en kordate wetgeving kunnen ons van die ouderwetse excessen afhelpen.

Black Friday, een zwarte dag

Als ik een nieuwe fiets of bankstel koop met 10 kilo staal erin, veroorzaak ik CO2 emissie in IJmuiden. Het heeft geen zin om daarvoor naar de industrie te wijzen. Die maakt wat wij willen hebben, en als ze dat niet zou doen zou de hel losbreken. Wij eisen onmiddellijke bezorging van alles dat wij bestellen. De winkels en distributiecentra liggen daarom vol met spullen die al gemaakt zijn voordat iemand erom vroeg. En als wij die onverhoopt niet kopen noemen we dat crisis.

Deze nietsontziende inzet op consumptie is nu geculmineerd in Black Friday. Daarmee vergroten we de CO2 emissie, de uitputting van grondstoffen en de hoeveelheid afval en plastic in de wereld. Ons consumentisme verschuift Earth Overshoot Day elk jaar naar een eerdere datum. We weten allemaal dat we niet zo door kunnen blijven groeien, maar we weten niet hoe we dat groeien kunnen stoppen.

De voortdurende toename van productie, transport, mobiliteit, communicatie en entertainment doet het effect van elke extra windmolen en elk nieuw zonnepark in korte tijd teniet. De essentie van alle klimaatakkoorden is dat we minder energie gaan gebruiken, door minder te consumeren, op alle terreinen. Maar welke politicus gaat dat propageren, en welke kiezer gaat daar dan op stemmen?

Waarom gaan we eigenlijk 100 rijden?

We gaan 100 rijden vanwege de stikstofcrisis. Vreemd genoeg wordt daarbij een ander belangrijk winstpunt niet genoemd: 25% minder CO2-uitstoot van alle elektrische en fossiele personenauto’s. Op EU-niveau is dat vergelijkbaar met de totale CO2-uitstoot van de luchtvaart. Ik hoop dat we ons massaal aan die 100 km/u gaan houden, en onze vliegschaamte inruilen voor hardrijschaamte.

De elektriciteit in Nederland wordt voor 85% opgewekt door verbranding van fossiele en hedendaagse biomassa. Verder hebben we 3% nucleair, 11% zon en wind, en 1% overig. In de EU zijn die percentages respectievelijk 55% verbranding, 25% nucleair, 15% zon en wind, en 5% overig. Ik vind het daarom misleidend om elektrische auto’s “emissievrij” te noemen. Dat zijn ze allerminst, de emissie is alleen verplaatst van een uitlaat naar een schoorsteen.

De zonnepanelen op mijn dak verlagen de CO2-emissie van onze landelijke elektriciteitsproductie. Als ik vervolgens mijn dieselauto inruil voor een elektrische auto verlaagt dat niet nog eens de landelijke CO2-emissie. De winst zit uitsluitend aan de energieproductiekant. Energieverbruikers kunnen alleen bijdragen door minder energie te verbruiken, en dat doen elektrische auto’s niet. Rustige rijders wel.

Duurzaamheid is toch geen politieke beslissing?

De nieuwe CO2-belasting zou een gat slaan in de rijksbegroting, omdat die in de praktijk nauwelijks betaald zou worden. Politiek en media lijken zich daar drukker om te maken dan om een mogelijk tegenvallende CO2-reductie. Intussen wordt formeel vastgehouden aan de duurzaamheid van biomassa, terwijl de maatschappelijke en wetenschappelijke aanwijzingen van het tegendeel zich opstapelen. Duurzaamheid is toch geen geloof, geen mening, en al helemaal geen politieke beslissing?

Doordenkend vraag ik mij af of het planten van een boom echt bijdraagt aan CO2-reductie. Als we de grond daarvoor ongemoeid laten gaat de natuur toch zelf alles overwoekeren met planten, struiken, bomen en bossen? Daar hoeft toch geen mensenhand aan te pas te komen? Sterker nog, voor het vormen van een biodiverse flora lijkt mij de mens wel het laatste wezen dat de natuur nodig heeft. Wij verbouwen voor onze energiebehoefte het liefst monoculturen zoals graan, palmoliepalmen en geselecteerde snelgroeiende houtsoorten.

Ik zou graag objectieve getallen hebben over de directe meetbare CO2-reductie van maatregelen zoals aardgasloze huizen, elektrische auto’s en E10 benzine. Over de hele keten, voor de komende 10 jaar, zonder al te optimistische aannames en politieke rekenregels. Dat moet toch de basis zijn om de dingen te doen die aantoonbaar bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.

The dirty secret van de elektriciteitsindustrie

PFAS is ineens in het nieuws, maar er is nog een andere fluorhoudende stof die aandacht behoeft: Het broeikasgas zwavelhexafluoride, SF6. Ruim 23.000 maal zo krachtig als CO2, en extreem stabiel met een verblijftijd in de natuur van meer dan 1000 jaar. Het wordt toegepast in schakelingen van ons hoogspanningsnet, vanwege de superieure elektrische eigenschappen.

Windmolens en zonnepanelen hebben een energiedichtheid die duizenden malen lager is dan die van fossiele en nucleaire elektriciteitscentrales. Daarom zijn er duizenden windmolens en zonneparken nodig om de bestaande centrales te vervangen. Dat vergt ook veel meer schakelingen in het elektriciteitsnet, en daarmee toepassing van SF6. De hoeveelheid SF6 die daardoor in de atmosfeer lekt is in de afgelopen tien jaar alarmerend gestegen. Er zijn echter geen normen voor, en SF6 komt in het klimaatakkoord niet voor.

De BBC noemde SF6 onlangs ‘the dirty secret’ van de elektriciteitsindustrie. Dit bevestigt mijn visie dat wij allerlei energieopties duurzaam en klimaatneutraal noemen zonder te weten of dat ook werkelijk zo is. Ik vraag mij af wat hierover in de milieueffect-rapportages (MER) van windmolenparken staat. Voor (drijvende) zonneparken is een MER opmerkelijk genoeg niet eens nodig.

Planbureau voor de Leefomgeving kraakt Klimaatakkoord

Er gebeurt niet genoeg om CO2 te reduceren, aldus het PBL. Dat komt omdat het kabinet dingen doet die weinig bijdragen, en dingen nalaat die veel bijdragen. Over twee maanden gaat de kolensectie van de Hemwegcentrale dicht, maar ik begrijp werkelijk niet waarom. Die centrale staat er niet voor niks, de mensen die daar werken produceren 24/7 een zeer schaars en waardevol economisch goed: 630 megawatt continu en betrouwbaar elektrisch vermogen.

Bij sluiting moet dat kostbare elektrische vermogen ergens anders vandaan komen. Niet van kerncentrales of zon- en windparken, want die zijn schaars en worden al benut. Dus komt het uit binnenlandse en buitenlandse fossiele centrales. Met een mix van bruinkool, steenkool en aardgas zou 1 megaton CO2 bespaard worden op de jaarlijkse 5 megaton van de Hemweg. Alleen volledige vervanging van 630 megawatt door aardgascentrales zou de becijferde 2 megaton CO2 besparen. Nederland stoot jaarlijks 160 megaton CO2 uit.

Intussen worden veel goedkopere en effectievere maatregelen nagelaten, zoals verlaging van de maximumsnelheid. Bizar genoeg staat dat onderwerp ineens wel op de agenda, vanwege de stikstofcrisis. Maar uiteindelijk maakt het niet uit waarom we naar 110 km per uur gaan, als het maar gebeurt. Dat bespaart naast stikstof, fijnstof, lawaai en verkeersdoden ook 3-4 megaton CO2 per jaar. Kosteloos.

Zonnepark verovert het water?

Het consortium Zon op Water wil met drijvende zonneparken 2000 megawattpiek gaan opwekken. Een bekende krant vermeldde dat onlangs abusievelijk als 2000 megawattuur, hetgeen tot absurde uitkomsten zou leiden. Alweer werden vermogen en energie door elkaar gehaspeld, en het kostte me enige moeite om de juiste toedracht te achterhalen.

Gemiddeld leveren zonnepanelen ongeveer 10% van hun piekvermogen. Die 2000 megawattpiek op water is dus door het jaar heen 200 megawatt. Dat is goed voor ruim 1% van onze nationale elektriciteitsbehoefte, en 0,2% van ons totale energieverbruik. Daarvoor zou op land geen ruimte meer zijn, en is 2000 hectare water nodig. Dat is zoiets als het Veerse Meer. Intussen vraag ik mij af of de kikkers, vissen, algen en planten onder die drijvende zonneparken zullen sterven door gebrek aan zonlicht. In dat geval zou de ‘verovering’ van het water neerkomen op ‘plundering’.

Het is zeker niet mijn doel om duurzame energie-initiatieven kapot te rekenen. Integendeel. Rekensommen zijn daarentegen wel essentieel om de verhoudingen in beeld te krijgen. En die verhoudingen kloppen tot nu toe niet. Dus blijf ik sommen maken en daarover schrijven, want zolang de verhoudingen niet kloppen schiet het niet op met de zo noodzakelijke reductie van fossiele brandstoffen.