Is duurzame energie ook circulair?

Zo te zien niet. Windmolens en zonnepanelen zijn niet recyclebaar, en zullen dus in de komende decennia voor een onafzienbare berg grootindustrieel afval zorgen. Dat doen ze nu al. Oude zonnepanelen belanden op vuilstortplaatsen in Afrika, en afgedankte windmolenwieken worden in Amerika onder de grond gestopt. Ontmanteling van zon- en windparken is een helse klus, omdat ze zeer uitgestrekt zijn en vaak op moeilijk bereikbare locaties staan (woestijnen, heuvels, zeeën).

In feite is de infrastructuur voor wat we nu hernieuwbare energie noemen niet hernieuwbaar. Dat is een paradox waar we wel eens bij stil mogen staan. Laten we een complete Life Cycle Analyse maken voordat we verdergaan met zoveel mogelijk windmolens, zonneparken, biomassacentrales en waterstoffabrieken bouwen. Laten we er niet over 20 jaar achter moeten komen dat we er voor de zoveelste keer sinds de industriële revolutie een bende van hebben gemaakt.

Wij mensen zijn grenzeloos intelligent en inventief. We bedenken de slimste dingen voor de uitdagingen van nu. Maar we blijken niet in staat om onze eigen innovaties vervolgens te beteugelen. Ze groeien in de collectiviteit, en die collectiviteit heeft dan niet meer de intelligentie en inventiviteit om de schadelijke gevolgen die onze innovaties vaak met zich meebrengen te keren. Laten we ons nu eens niet aan die steen stoten.

Op de Noordzee bouwen voor het klimaat?

Wat een ontstellende misvatting: ‘De windrijke Noordzee moet de komende decennia het middelpunt worden van de Nederlandse energietransitie en uiteindelijk een einde maken aan de Nederlandse fossiele verslaving’. Ronkende woorden van het Deense Ørsted, dat met 2,3 miljard Nederlandse subsidie-euro’s 94 megawindmolens voor de Zeeuwse kust gaat bouwen. Shell en Eneco zullen volgen ‘met nog maar ruim 500 miljoen subsidie dankzij spectaculaire kostendalingen’.

Met 25 miljoen euro subsidie per windmolen blijkt het risico nog steeds groot dat zonder extra maatregelen van de overheid windparken op zee in de komende jaren niet rendabel zijn. ‘Daarom is het heel belangrijk dat de vraag naar groene stroom wordt gestimuleerd’, aldus Ørsted. Hun 94 windmolens gaan jaarlijks zo’n 3 miljard kWh opwekken. Dat is 2,5% van onze nationale elektriciteitsconsumptie en dus 0,5% van ons totale energieverbruik.

We smijten kostbare miljarden naar meer staal en beton, terwijl een energietransitie met name uit matiging van onze eigen consumptie moet komen. Bovendien zadelen we onze kinderen over 25 jaar op met een onafzienbare berg industrieel afval. Gelukkig wordt de Tweede Kamer wel steeds kritischer op de 11,4 miljard euro subsidie die het kabinet dit jaar heeft uitgetrokken voor nieuwe biomassacentrales.

Windhandel in de Wieringermeer

Het Zweedse staatsenergiebedrijf Vattenfall ontvangt 660 miljoen Nederlandse subsidie-euro’s voor 99 megawindmolens in de Wieringermeer. Daarmee zal jaarlijks 1,3 miljard kilowattuur groene stroom worden opgewekt. Dat is 1% van ons huidige elektriciteitsverbruik en dus 0,2% van ons totale energieverbruik. Die groene stroom zal aan nieuwe datacenters van de Amerikaanse ICT-giganten Microsoft en Google worden geleverd, niet aan 370.000 Nederlandse huishoudens. De Amerikanen verkleinen aldus hun CO2-footprint volgens het boekje.

De Nederlandse subsidiemiljoenen en de bijbehorende CO2-reductie komen zo ten goede aan Zweedse en Amerikaanse reuzen. Intussen kunnen de plaatselijke boeren geen zonnepanelen op hun daken leggen. Dat zou, met de sterk fluctuerende windenergieproductie van Vattenfall, het plaatselijke elektriciteitsnet teveel belasten. NRC analyseert deze Noord-Hollandse horrorstory dit weekend haarfijn.

Het is exemplarisch voor het nationale en internationale energiebeleid, waarin het realiseren van zoveel mogelijk windmolens, zonneparken, biomassacentrales, waterstoffabrieken, aardgasloze huizen en elektrische auto’s tot doel is verheven. De vraag hoeveel CO2 deze grootindustriële projecten werkelijk besparen verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Daarmee wordt het teleurstellende antwoord op die vraag verhuld.

CO2-opslag is 20e-eeuws denken

Shell, Total en Equinor gaan jaarlijks 1,5 miljoen ton CO2 onder de Noordzee opslaan. Dat is minder dan 1% van de Nederlandse uitstoot. Met de recente verlaging van de maximum snelheid naar 100 km/u besparen we meer, kosteloos. De drie energiegiganten investeren 625 miljoen gesubsidieerde euro’s, in één van de grootste CO2-opslagprojecten ter wereld. Voor dat geld worden pijpleidingen en andere peperdure infrastructuur aangelegd. De CO2 van Europese fabrieken moet met schepen naar een speciale nieuwe terminal in het Noorse Øygarden getransporteerd gaan worden. Dit alles kan in 2024 operationeel zijn.

Ik vind het kenmerkend voor de ineffectiviteit van het klimaatbeleid dat Carbon Capture and Storage (CCS) als belangrijk wordt gezien voor het halen van klimaatdoelstellingen. De grootste energiebedrijven ter wereld kunnen het niet zelf betalen, en zelfs het grootste CO2-opslagproject ter wereld is een druppel op een gloeiende plaat.

Bovendien is CO2-opslag lineair, eindig en dus niet duurzaam. De geologische en ecologische effecten zijn onbekend, en niemand weet of opgeslagen CO2 ooit weer vrijkomt. Het is kortom 20e-eeuws denken, hetzelfde denken dat de huidige klimaatproblemen heeft veroorzaakt. Einstein zei al dat we onze problemen niet kunnen oplossen met hetzelfde denken dat die problemen veroorzaakte.

Is biomassa nodig om de klimaatdoelstellingen te halen?

Het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) en energiegigant Vattenfall vinden van wel, maar ze hebben het mis. De Federatie tegen Biomassacentrales en Planet of the Humans daarentegen hebben gelijk. Biomassa bespaart geen CO2, ook niet op langere termijn. Dat volgt uit het feit dat al het groen op aarde (algen, planten, bomen, cultuurgewassen) al meer dan 50 jaar kennelijk niet in staat is om de CO2 die wij met ons energieverbruik produceren op te nemen.

Dat verandert niet als we fossiele brandstoffen vervangen door biomassa. De onmiddellijke CO2-uitstoot neemt daardoor niet af, en al het groen op aarde neemt niet toe. Ook niet als we nieuwe bomen aanplanten voor de zojuist verbrande bomen. En als we energie uit verbranding van wat dan ook zover terugbrengen dat al het groen op aarde de CO2-uitstoot wel kan opnemen, maakt het nog steeds niet uit of er fossiele dan wel hedendaagse biomassa is verbrand. CO2 is CO2.

Vattenfall zit er commercieel in, en het PBL heeft alleen boekhoud-kundig gelijk. De CO2-uitstoot van de verbranding van voedsel en bos wordt namelijk officieel niet meegeteld. Verder veroorzaakt het extra stikstofuitstoot. Laten we stoppen met onszelf en de natuur te foppen, voordat de plundering van wouden en natuurgebieden voor biomassacentrales en biobrandstoffen onomkeerbaar wordt.

Verkettering en censuur in de 21e eeuw

Waarom wordt Michael Moore’s nieuwe documentaire Planet of the Humans verketterd en zelfs gecensureerd door de klimaatbeweging? Jazeker, hij is schurend, provocerend. Er zitten dingen in die mogelijk eenzijdig, overdreven of onjuist zijn. Maar is dat een reden voor verkettering en censuur? Gelukkig heeft Moore korte metten gemaakt met deze middeleeuwse praktijken en zijn hele documentaire gratis op YouTube gezet.

Planet of the Humans is geen ontkenning van klimaatwetenschap of noodzaak om te verduurzamen. Het bekritiseert de huidige aanpak daarvan, en legt op confronterende wijze ‘green illusions’ bloot: Groene illusies van doorleven, doorconsumeren en doorgroeien zonder fossiele brandstoffen. Moore betoogt dat we beter kunnen stoppen met onszelf voor de gek houden en eens naar onszelf moeten gaan kijken, naar onze consumptiedrang en snel groeiende aantallen.

Maker Michael Moore en regisseur Jeff Gibbs laten ons in feite het ‘antropoceen’ zien, het tijdperk van menselijke overheersing van de aarde. Geen feel-good story, maar wel een verhaal met nieuwe inzichten en nieuwe kansen. Die gaan in de richting van wat Glenn Albrecht en onze eigen BioArt Laboratories het ‘symbioceen’ noemen: Respect voor en harmonie met de natuur, in plaats van gebruik en overheersing ervan.

We voldoen per ongeluk aan het Urgenda-vonnis

De draconische economische terugval zorgt ervoor dat wij Nederlanders dit jaar 10-20 miljoen ton minder CO2 gaan uitstoten. Daarmee voldoen we met z’n allen – en niet ‘het kabinet’ zoals het Parool kopt – per ongeluk aan het Urgenda-vonnis. Zolang we ‘het kabinet’ als een aparte entiteit zien die voor ons de (klimaat)problemen moet oplossen wordt het niks. Daarmee pleiten we onszelf onterecht vrij van de verantwoordelijkheid die juist wijzelf hebben om te minderen in consumptie en energieverbruik.

Hoe effectief dat minderen is blijkt nu tegen wil en dank. Die 10-20 miljoen ton CO2-besparing is 6-12% van onze nationale uitstoot, en groter dan het effect van sluiting van alle vier de kolencentrales in ons land. Kolencentrales die vaak pas een paar jaar oud zijn en in 2021 al naar slechts 25% van hun capaciteit zouden moeten. Dat vertegenwoordigt een kapitaalvernietiging van miljarden, die we volgens mij nu helemaal niet kunnen gebruiken en ook niet nodig hebben.

We leren momenteel op hardhandige wijze wat minder consumeren, reizen, transporteren en produceren betekent. Dat gaat nu te abrupt, met teveel leed en schade. Ik probeer er wel iets in te ontdekken dat waardevol kan zijn voor de toekomst. Iets dat ons geleidelijk tot consuminderen kan brengen, zodat onze schadelijke invloed op de aarde afneemt. Dat vergt meer dan statiegeld op plastic flesjes.

We rijden nu een maand 100, toch?

We rijden 100 op de snelweg. Behalve dan degenen die nog steeds meer stikstof, CO2 en fijnstof willen uitstoten dan nodig. Ten koste van dieren, planten en andere mensen. Ze halen me nog veel te vaak zoevend in. Frustrerend. Ik rijd ook graag wat harder, maar dat is niet goed. Laat de overheid maar torenhoge boetes en snelle ontzegging van de rijbevoegdheid gaan opleggen. 100 is 100, wie niet horen wil moet maar voelen. Te hard rijden is een bewuste keuze, en een grote onnodige bron van CO2. Ook van elektrische auto’s.

In de afgelopen maand is de wereld onherkenbaar veranderd. De saamhorigheid die we nu nodig hebben groeit, en dat is hartverwarmend. Hardrijders plaatsen zich voor mijn gevoel meer dan ooit buiten de samenleving, provoceren andere weggebruikers, en ondermijnen het openbaar gezag in een tijd dat vertrouwen zo van belang is.

Samenleven zal nu en in de toekomst een balans zijn tussen verantwoordelijkheidsgevoel, zelfdiscipline, regels, controle en sancties. De meeste dingen lopen gelukkig goed met die eerste drie. Rijgedrag kennelijk niet. Het is wat on-Nederlands, maar als we samen echt werk willen maken van minder stikstof, CO2, fijnstof en verkeersslachtoffers zou ik er op dit punt graag heel hard ingaan.

Wetenschappelijke adviezen als basis voor beleid

De regering baseert haar huidige beleid op de adviezen van het RIVM en andere gespecialiseerde wetenschappers. Senaatsvoorzitter Jan Anthonie Bruijn benadrukte dit deze week nog maar eens. Onze volksvertegenwoordiging en ook wijzelf begrijpen dit, en vinden dit zo te zien in meerderheid verstandig. Deze eensgezindheid is goed om te constateren. De meesten van ons weten weinig van virussen en epidemieën, en beseffen dat ook. Adviezen van wetenschappers zijn daarom welkom en worden ter harte genomen.

Ik hoop oprecht dat we dergelijke bewuste onwetendheid en vertrouwen in wetenschappelijke analyses vast kunnen houden, ook in het energiebeleid. Weten wat je niet weet getuigt van wijsheid. Het leidt tot bescheidenheid, en tot het stellen van vragen in plaats van het verkondigen van meningen. Ik hoop dat de adviezen van wetenschappers over bijvoorbeeld biomassa en aardgasloze huizen meer in het energiebeleid zullen gaan doorklinken.

Energie- en klimaatbeleid zouden net zo min als volksgezondheid een onderwerp van sterke politieke profilering en gepolariseerde opinies moeten zijn. Wij zijn gelukkig wijs om daar in deze moeilijke tijd uit te blijven. De komst van PvdA-er Martin van Rijn als minister illustreert dit treffend. Het zou fantastisch zijn als we die attitude kunnen meenemen naar de betere tijden die vast en zeker weer gaan komen.

“We moeten niet doorgaan waar we gebleven waren”

Wijze woorden van Suzanne Kruizinga, bestuurder van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Zij doelt op het huidige ongelijk van de commercie in de gezondheidszorg. Premier Rutte had het eerder al over een herbezinning op onze consumptie en mobiliteit. Die zijn wereldwijd teruggeschroefd, met als gevolg dat energieverbruik en CO2-uitstoot sterk zijn gedaald. Er zijn zelfs weer dolfijnen in Venetië. Dit alles gebeurt noodgedwongen en om de verkeerde reden, maar Kruizinga en Rutte roepen wel op tot nadenken.

We zijn gewend om vrijelijk te consumeren, reizen, handelen en ondernemen. Dat kan nu niet, en we ontdekken pijlsnel nieuwe manieren om te leven en te werken. Sommigen zeggen dat het nooit meer zo zal worden als het was. Misschien is dat waar, misschien ook niet, maar de keuze is aan ons. We kunnen leren van de huidige bizarre omstandigheden, en nadenken over hoe we als mensheid verder willen.

Dat is van belang, want een energietransitie zal op een andere manier ook beperkingen met zich meebrengen: De noodzaak om wereldwijd de helft minder te consumeren en energie te verbruiken, en Earth Overshoot Day terug te brengen naar 31 december. We hebben nu onverhoopt de omstandigheden en de gelegenheid om diepgaand met elkaar te overdenken hoe we dat gezamenlijk kunnen vormgeven.