Beleggingsdogmatiek, een nieuwe hype

Pensioenfondsen en banken zouden niet meer in olie en gas mogen beleggen. Aandeelhouders dreigen zelfs met rechtszaken, tegen iets dat volkomen legaal en zelfs wenselijk is. Wij zullen de komende decennia nog hard olie en gas nodig hebben. Niet alleen voor ons dagelijks leven en werk, maar ook om überhaupt te kunnen verduurzamen. Alle duurzame energieopties vergen aan de voorkant veel energie om te maken, en het duurt maanden (windmolens) of jaren (zonnepanelen) voordat die energie weer is teruggeleverd.

Zonder olie en gas zouden we de komende decennia nauwelijks zonnepanelen en windmolens kunnen maken, en zouden ook ons leven, werk en mobiliteit grotendeels tot stilstand komen. Verder kunnen olie- en gasbedrijven zonder kapitaal niet investeren in innovatie om de hoognodige olie- en gasproductie in de komende decennia schoner en veiliger te maken. Een leegloop van aandeelhouders zou daarom contraproductief werken, en eerder meer dan minder CO2 opleveren.

Ik ervaar de dogmatische verkettering van bedrijven die maken wat wij nog allemaal nodig hebben als ‘thought control’. Ieder mens en bedrijf mag in ons vrije land zelf bepalen waarin hij of zij belegt. We kunnen nog lang niet zonder aardgas, benzine, diesel, smeerolie, terpentine en kunststoffen. Laten Nederlandse aandeelhouders kritisch zijn op hoe die worden gemaakt. Dat lijkt me veel effectiever dan dat ze weglopen.

Texel vindt zichzelf te mooi voor windturbines

Texel heeft gelijk. Het mooie Waddeneiland is daardoor niet CO2-neutraal, zoals de ambitie was. Dat blijkt met een bevolkingsdichtheid van 1 inwoner per hectare en geen industrie niet mogelijk zonder windmolens. Wat zegt dat over heel Nederland, met gemiddeld 4 inwoners per hectare en heel veel industrie en datacenters? Als Texel te mooi is voor windmolens, dan zijn de Wieringermeer, de Hondsrug, het Groene Hart, de Oosterschelde, de Biesbosch en de Brunssummerheide dat ook.

Nederland is kortom een heel mooi land! In dat mooie land staan nu ruim 2000 landwindmolens. Met het Klimaatakkoord moeten dat er in 2030 zeker vijf maal zoveel worden. Om aan die 10.000 landwindmolens te komen moeten we er de komende 8 jaar elke dag drie installeren. Als we die een beetje eerlijk over het hele land verdelen wordt de gemiddelde onderlinge afstand 2 kilometer, en zal er dus nergens meer een plek zijn waar je geen windmolens ziet.

Ik vind dat een onzalig plan. Het is gelukkig voor ons prachtige land ook onhaalbaar, want we kunnen helemaal niet drie landwindmolens per dag installeren. Dat is vandaag niet gebeurd, en het zal morgen en overmorgen ook niet gebeuren. Hoog tijd om uit een ander vaatje te gaan tappen, om te beginnen het benodigde aantal wind- en zonneparken halveren door ons energieverbruik te halveren.

Minder duurzaamheid voor meer geld

Brussel dicteert ons dat we van blauwe naar groene waterstof moeten, met steeds meer wind- en zonneparken in Nederland. Datzelfde Brussel dicteert ook het ecocidale biomassabeleid, met steeds minder bossen in de Baltische staten. Groene waterstof en biomassa leiden aantoonbaar tot meer in plaats van minder CO2. Intussen gaat de gasprijs door het dak, en becijfert het PBL dat verduurzaming van de industrie duurder gaat uitvallen. Het valt me zwaar om niet cynisch te worden van zoveel massaal overheidsfalen.

We hebben nu toch wel geleerd dat overheden het gruwelijk mis kunnen hebben. Dat begint met ambities, gevolgd door overtuigingen, dogmatiek, doofheid en ontmenselijking. Eenmaal ingezet beleid blijkt niet te stoppen, en dendert als een goederentrein zonder remmen over alles en iedereen heen. Regels worden daarbij belangrijker dan realiteit. Zelfs de Nederlandse en Europese Koepels van Wetenschappers worden niet gehoord in hun kritiek op het energiebeleid.

Mensen met lef zoals Fenna Swart, David Smeulders, Rutger Castricum en Arjen Lubach dreigen zo roependen in de woestijn te worden. Hun integrale visie op energie, CO2 en natuur blijkt onwelkom in het schier onneembare fort van politieke correctheid. ‘We moeten burgers meer betrekken bij de klimaatplannen’, klinkt het arrogant vanuit dat fort. Maar burgers zijn niet gek. Als een verhaal niet klopt helpt meer betrokkenheid niet.

Timmermans verplaatst alleen CO2

‘Eurocommissaris Frans Timmermans zet nadrukkelijk in op vermindering van broeikasgassen die vrijkomen in de bebouwde omgeving en bij wegtransport’, aldus het FD. Hij wil dit vooral met elektrificatie van huisverwarming en automobiliteit doen. Ik noem dat hokjesdenken. Timmermans reduceert daarmee de komende 20 jaar nauwelijks CO2. Hij verplaatst het alleen van huis en auto naar fossiele elektriciteitscentrales, of erger nog, naar biomassacentrales. De extra stroom voor al die elektrificatie kan tot ver na 2030 alleen daarvandaan komen, aangezien wind en zon nog lange tijd schaars blijven.

De wet van behoud van energie wordt systematisch genegeerd in het EU-klimaatbeleid. Elektriciteit is er niet vanzelf, en bij volledige benutting van zon en wind betekent extra stroomverbruik dus extra fossiele stroomopwekking. Die volledige benutting van zon en wind wordt overigens steeds moeilijker. Afgelopen augustus was er op een aantal dagen overaanbod van groene stroom. Dit probleem zal bij verdere groei van zon en wind groter worden. Tegelijkertijd houden we elke windstille nacht en bewolkte dag 100% fossiele opwekking nodig.

In het klimaatbeleid wordt deze spagaat vreemd genoeg nauwelijks geadresseerd. We blijven als een kip zonder kop zonne- en windparken bijbouwen, en elektrische auto’s en warmtepompen stimuleren. De werkelijke netto CO2-reductie van de hele EU zal daardoor in 2030 niet in de buurt van de beoogde 55% komen. Vanzelfsprekend reken ik dan de CO2-uitstoot van biomassa mee, want zo snel groeien nieuwe bomen niet.

‘Groene’ waterstof verhoogt CO2-uitstoot

Zonne- en windenergie verbruiken om in Nederland en de EU waterstof te maken is niet groen, integendeel. Het is verspilling van groene energie. Ruwweg de helft gaat verloren. Alle schaarse zonne- en windenergie die we hebben (4% van het totaal) kan het beste direct worden verbruikt via het openbare net. Als we het in plaats daarvan verbruiken om waterstof te maken is er op het openbare net meer fossiele stroom nodig. Waterstof maken van schaars beschikbare zonne- en windenergie verhoogt dus onze CO2-uitstoot.

Waterstof is helemaal niet de ultieme oplossing waar iedereen zo lyrisch van wordt. Waterstof is helemaal geen vervanging van aardgas. Aardgas zit al in de grond, en levert energie op als we het delven. Waterstofgas komt op aarde vrijwel niet voor, en moeten we eerst maken ten koste van heel veel (groene) energie. Waarom trappen burgers en politici toch massaal in deze onzin? De Europese Commissie heeft nota bene vorig jaar bepaald dat waterstof niet groen is.

De sterke industriële waterstoflobby heeft er alle belang om miljarden-subsidies binnen te halen. De politiek wil dadendrang tonen, of die daden nu wel of niet CO2 reduceren. Het is waar dat waterstof bij verbranding geen CO2 oplevert, daarom is het ooit als ‘groen’ bestempeld. Maar als je naar de hele keten kijkt produceren we met waterstof meer CO2 dan zonder waterstof. Dat zou toch bepalend moeten zijn voor het beleid.

Eindelijk aandacht voor energiebesparing

Het kabinet trekt ondanks de formatie-impasse extra miljarden uit voor huisisolatie. Dat is een verstandige ‘no gret’ maatregel, waar de natuur en wijzelf de komende decennia in alle toekomstscenario’s voordeel van hebben. Het bespaart bij elke vorm van huisverwarming kosten, energie en CO2, dit in tegenstelling tot het contraproductieve beleid van aardgasloze huizen en biomassaverbranding. Het is ook veel effectiever en goedkoper dan windmolens, zonnepanelen en CO2-opslag.

Huis- en gebouwisolatie kan zo’n 10 miljoen ton CO2 per jaar besparen, 6% van onze nationale uitstoot. Dat is vergelijkbaar met wat zon en wind nu besparen, maar voor veel minder geld, en zonder overlast en ruimtebeslag. Het is ook vergelijkbaar met de totale CO2-uitstoot van de Nederlandse luchtvaart, en zelfs vier maal zoveel als de opslag van CO2 in de komende 20 jaar.

Met een heldere top-10 van CO2-besparingsopties zou huisisolatie al in de vorige eeuw voorrang hebben moeten krijgen boven alles wat er in de afgelopen 20 jaar aan duurzaamheidsmaatregelen is genomen. Dan hadden we voor veel minder geld al veel meer CO2 en aardgas bespaard. We kunnen het verleden niet terugdraaien, maar een nieuw kabinet kan nu wel de juiste richting inslaan. Zie mijn video-interview met Syp Wynia:
https://www.wyniasweek.nl/bijna-niets-werkt-bij-het-klimaatbeleid-van-rutte-kabinetten/
https://www.youtube.com/watch?v=WadSNlQaTu0

Reclame Code Commissie: Shell claimt onterecht CO2-neutraliteit

CO2-reductie is tot een nietsontziend verdienmodel verworden, waarbij misleiding niet wordt geschuwd. Shell adverteert dat je voor een extra cent per liter CO2-neutraal rijdt. Enig rekenwerk leert dat dat niet klopt. Elke rijdende auto vergt zo’n 6000 volwassen bomen op zeker 6 hectare bosperceel om zijn CO2-emissie te neutraliseren. Bovendien kun je ook zonder te rekenen al nagaan dat de claim van Shell niet waar kan zijn. Anders zouden we toch gewoon op benzine en diesel kunnen blijven rijden!

Dit gezond-verstandargument toont aan dat we als burgers niet te goedgelovig moeten zijn bij duurzaamheidsclaims van allerlei producten, bedrijven en overheden. Er wordt grof geld mee verdiend, dus ‘greenwashing’ ligt nadrukkelijk op de loer. Het is aan ons allemaal om niet te gemakkelijk te geloven wat we willen horen, zeker niet als het wordt gezegd door een belanghebbende.

Ook politiek belanghebbenden bezondigen zich aan niet-onderbouwde duurzaamheidsclaims. Zo zegt het Klimaatakkoord dat we in 2030 70% van onze stroom duurzaam zullen opwekken. Ik had al uitgerekend dat dat niet klopt, en uit de gegevens in het Klimaatakkoord blijkt dat het hooguit 35% wordt. Dan nog zouden we de komende 9 jaar wekelijks twee zeewindmolens moeten installeren. Dat lijkt me nepnieuws, net als de claim van Shell.

Zesde IPCC rapport is angstig politiek correct

Het zesde IPCC Assessment Report (AR6) beschrijft dat we er slechter aan toe zijn dan in 2013. Kennelijk hebben het Klimaatakkoord van Parijs (2015) en alle kosten en moeite sindsdien geen verbetering gebracht. Ik word er moe van om op te schrijven dat ons wereldwijde energieverbruik tegen alle doelen in doorgroeit. Daardoor zijn ook alle vormen van energieproductie doorgegroeid, van steenkool tot zonne-energie. Alleen kernenergie is in het afgelopen decennium op hetzelfde niveau gebleven.

Met de huidige demografische, technologische, economische en politieke ontwikkelingen zal ons energieverbruik de komende 10 jaar blijven groeien. In de afgelopen tien jaar is het aandeel van zon en wind met 1,5 procentpunt gegroeid, van 0,5% naar 2%. Zelfs als we dit groeitempo kunnen vertienvoudigen naar 15 procentpunt in 2030, komen we niet in de buurt van de huidige klimaatdoelstellingen. Het IPCC laat na om dit benadrukken, en de urgentie te verleggen van verduurzaming van energieproductie naar vermindering van energieconsumptie.

Toename van energieverbruik, CO2-uitstoot en temperatuur blijken zo een voldongen feit. Dat is niet wat ik prefereer of propageer, het is wat ik constateer. We moeten dus naast vermindering van energieconsumptie ook meer gaan doen aan aanpassing aan hogere temperaturen en waterstanden. Dat idee is helemaal niet nieuw, het verdient alleen veel meer aandacht ten opzicht van het tegengaan van klimaatopwarming.

Zon, getij en wind

Zeilen brengt je dicht bij de energie van de natuur. De zon stuwt wolken op en laat de wind waaien die je boot voortstuwt. Eb en vloed stromen met je mee, of tegen je in als je verkeerd timet. De energie van de natuur is groter dan wij, en als zeiler leer je dat je daar nooit tegen moet vechten. Als het stormt kun je niet uitvaren, en als de eb tegen je is moet je wachten op de vloed. Dat is fascinerend in de vakantie, maar onwelkom in ons dagelijks leven.

In ons dagelijks leven willen we niet afhankelijk zijn van de natuur om te kunnen koken, werken en rijden. Daarom zijn we in de vorige eeuw de in de aarde gefossiliseerde zonne-energie gaan gebruiken. Daar proberen we nu weer vanaf te komen, maar wel met behoud van alle gemakken ervan. Tijdens het zeilen realiseerde ik mij dat dat niet kan. Als we terug willen naar de energie die zon, getij en wind ons dagelijks bieden, zullen we ons net als een zeiler moeten voegen naar de grillen ervan. En als we daar niet toe bereid zijn houden we fossiele brandstoffen nodig.

Fossiele brandstoffen bevatten opgeslagen zonne-energie van honderden miljoenen jaren. Wij kunnen dat niet in honderd jaar vervangen. Daarvoor is de aarde te klein en een eeuw te kort. Laten we daar eerlijk over worden, en stoppen met van twee wallen willen eten. Minder fossiele brandstoffen betekent minder energieverbruik en minder consumptie. Laten we dat gaan erkennen, anders wordt het niks met de klimaatdoelstellingen.

Plastic is een sluipend gif

Ik keek onlangs voor het eerst van mijn leven in de krater van een actieve vulkaan, de Vesuvius. Er kwam voortdurend rook uit, een indrukwekkende manifestatie van aardwarmte. Vesuvius Nationaal Park voert een actief plastic-vrij beleid, iets wat de hele wereld zou moeten doen. Toch ontkomt zelfs de machtige vulkaan niet aan ons alomtegenwoordige plastic. Corona heeft het er met miljarden mondkapjes, linten en stickers niet beter op gemaakt.

Plastic is een sluipend gif dat al meer dan 50 jaar onzichtbaar voortschrijdt, met name door de alledaagse vanzelfsprekendheid ervan. We staan er niet meer bij stil dat de slijtageschilfers van goedbedoelde plaklinten in een jachthaven uiteindelijk in de maag van een eend terechtkomen, of van een vis die die eend verorbert. Ik ben er deze zomer bewust op gaan letten, en het is me aangevlogen. Het heeft me ook aan het denken gezet.

We produceren miljoenen tonnen niet-afbreekbaar plastic voor kortstondig eenmalig gebruik. Een deel daarvan komt hoe dan ook in de natuur terecht. De enige manier om dat te stoppen lijkt mij een verregaand productieverbod. Dat geldt evenzeer voor biobased plastics. De milieuschadelijkheid van plastics wordt niet zozeer bepaald door de herkomst van de grondstoffen, maar door de chemische samenstelling van het eindproduct.