Brussel dicteert ons dat we van blauwe naar groene waterstof moeten, met steeds meer wind- en zonneparken in Nederland. Datzelfde Brussel dicteert ook het ecocidale biomassabeleid, met steeds minder bossen in de Baltische staten. Groene waterstof en biomassa leiden aantoonbaar tot meer in plaats van minder CO2. Intussen gaat de gasprijs door het dak, en becijfert het PBL dat verduurzaming van de industrie duurder gaat uitvallen. Het valt me zwaar om niet cynisch te worden van zoveel massaal overheidsfalen.
We hebben nu toch wel geleerd dat overheden het gruwelijk mis kunnen hebben. Dat begint met ambities, gevolgd door overtuigingen, dogmatiek, doofheid en ontmenselijking. Eenmaal ingezet beleid blijkt niet te stoppen, en dendert als een goederentrein zonder remmen over alles en iedereen heen. Regels worden daarbij belangrijker dan realiteit. Zelfs de Nederlandse en Europese Koepels van Wetenschappers worden niet gehoord in hun kritiek op het energiebeleid.
Mensen met lef zoals Fenna Swart, David Smeulders, Rutger Castricum en Arjen Lubach dreigen zo roependen in de woestijn te worden. Hun integrale visie op energie, CO2 en natuur blijkt onwelkom in het schier onneembare fort van politieke correctheid. ‘We moeten burgers meer betrekken bij de klimaatplannen’, klinkt het arrogant vanuit dat fort. Maar burgers zijn niet gek. Als een verhaal niet klopt helpt meer betrokkenheid niet.